De eerste bessen van de Gevlekte aronskelk zijn er! Als je deze zonnige stengels ziet, weet je dat je op een voedselrijke bodem loopt in een eiken- of beukenbos. Op de meeste plekken zijn ze zeldzaam, maar niet in het Zoniënwoud.
De creatie van deze bessen is een sprookje dat het vertellen waard is. In de lente vormt deze plant een kolfvormige bloem die half open vouwt. De bloem is opgebouwd als een hotel met twee verdiepingen die van elkaar en van de buitenwereld gescheiden zijn door kransen van haartjes. De bovenste verdieping wordt uitegebaat door de mannelijke bloemen, de onderste door de vrouwelijke.
Elke avond wordt astylsalzilzuur verbrand in het hotel, wat een geur verspreidt die op een aasgeur lijkt. Vliegen en muggen die zich normaal aan lijken voeden, worden hierdoor aangetrokken. Met hun facetogen zien ze de kolf niet en botsen daar tegenaan. Door de klap raken ze even bedwelmd en vallen langs de kolf naar beneden door de haartjes heen. Daar zijn ze drie dagen lang te gast bij de mannelijke bloemen. Nu ja, te gast… Ze zitten opgesloten en krijgen niets te eten. Hun aanwezigheid activeert de mannelijke bloemen, die na twee dagen tot bloei komen. Ze verliezen stuifmeel dat op de vliegjes valt. Even later verwelken de bovenste rij haren en kunnen de vliegjes ontsnappen.
Uitgehongerd gaan ze op zoek naar eten. Liefst worden ze daarbij opnieuw aangetrokken tot de aasgeur van een andere, net in bloei gekomen, Gevlekte aronskelk en vallen deze keer tot op de benedenverdieping. Daar bevruchten ze de vrouwelijke bloemen met het meegebrachte stuifmeel. Soms vraag ik me af of de insecten een trauma overhouden aan deze onvrijwillige opsluiting.
De Gevlekte aronskelk vind je in de lente in de buurt van het heerlijke eetbare daslook, iets om naar uit te kijken. Van de aronskelk zelf is de knol eetbaar, immers als je die eerst goed kookt. Je oogst de knol best aan het einde van de herfst. Zoals Robin Wall Kimmerer stelt in haar boek ‘Gathering moss’ komt elke plant wanneer en waar ze nodig zijn. En ja hoor, het zetmeel van de gekookte knol zou goed zijn tegen hoest en keelpijn, de typische winterziektes.
Cuckoo-pint