De boswilg brengt het eerste kleurtje aan in de lentehemel. Hier zijn de katjes nog groen. Straks worden ze geel en hoor je hun aanwezigheid al van ver door het gezoem van bijen en andere insecten. Elk katje heeft een honingklier, wat hen ook dat verrukkelijke parfum geeft.
Ook in de ecologie van het bos zijn wilgen eerstelingen, pioniersbomen. Hun zaadjes hebben fijne haartjes, waardoor ze gemakkelijk meevliegen met de wind. Ze nestelen zich probleemloos op onherbergzame of vervuilde plekken. Wereldwijd kan je hen vinden in verschillende maten en soorten – met uitzondering van Australië.
De wilgen inspireerden tot de meeste bekende pijnstiller, de Aspirine. De salicine die daarvan de basis vormt, komt vrij in thee van gedroogde wilgenschors. Maar wilgen genieten nog meer bekendheid. Hun takken, twijgen en binnenschors zijn zo soepel, dat er manden en tapijten van worden geweven, en zelfs touw en visnetten.
Ze groeien vaak in de buurt van water. Sal-lix betekent in het Keltisch letterlijk, dichtbij-water. Salix caprea of boswilg is de soort waarvan geitjes zouden houden. Waarschijnlijk heeft die zijn naam te danken aan de vroegste afbeelding die werd teruggevonden in Hieronymus Bock’ kruidenboek uit 1546. Het toonde een geitje dat lustig knabbelt aan het jonge loof van een boswilg.
Goat willow