1
Bosmuis
Apodemus sylvaticus
Beste vrienden van het Netwerk van Boomlief, er is hier iets ongelooflijks aan de gang. Ik ben blij dat ik even kan inloggen om het jullie live door te seinen. Ik zou op dit moment niet weten wat gedaan zonder de uitgebreide ondergrondse vertakkingen van Melkzwam die onze boodschappen snel doorsturen. Wat ik meemaak, is onbeschrijfelijk. Misschien dat andere muizen van onze clan hetzelfde beleven? Ik vraag het me af.
Maar eerst wat context, want na onze bijeenkomst bij Boomlief daarstraks, kwam ik alleen thuis. Ik was de enige van al mijn broers en neven die geen menselijke gast had ontvangen, en ik vroeg me af waarom dat zo was. Mijn hol is gezellig en net. Alle hoekjes zijn opgevuld met mos en beukenzaadjes en het ruikt hier heerlijk. Wat er ook van zij, ik besliste om mijn eenzaamheid weg te knabbelen met het lijfje van een vlinder dat ik vanmorgen vond. Het kalmeerde me. Ik was net mijn snorharen beginnen te groomen, toen ik vier Rode Mieren ongevraagd mijn nest zag binnenkomen.
Ik schrok. Ze hielden een beukenblad tussen hen in, met daarop een van de zes mensenkinderen die we tijdens de bijeenkomst met Boomlief zagen. Het was de jongen die als laatste was gearriveerd en voor wie mijn oudste broer, Machtige Muis, zijn leven had opgeofferd.
‘Je Neef Oppermuis wilt deze jongere niet,’ baste de oudste Mier. ‘Hij vindt één mensenkind in zijn hol genoeg. Dus deze is voor jou. Zijn naam is Renzo.’ Ze legden het blad neer. Ik had weinig keuze. Ik had Boomlief immers beloofd haar plan te steunen. Toch voelde ik ook opluchting: nu was ik echt deel van het project. Haastig rende ik naar buiten om wat Adelaarsvaren bijeen te frutselen voor een geïmproviseerd bed. De Rode Mieren duwden de jongen erop. Hij moet moe geweest zijn, want hij viel meteen in slaap. Hij ronkte zachtjes en af en toe stampte hij met zijn voeten. Zo nu en dan liep ik rond zijn bed en snuffelde aan zijn haar en huid. De jongen is een combinatie van ongewone geuren, texturen en kleuren.
Beste Boomlief, beste leden van het Netwerk, op dat hoopje groen ligt hij nu nog altijd, Renzo, het mensenkind dat mijn neef niet wilde ontvangen. Maar sinds hij is ingeslapen, gebeurt er dus iets bovenaards. Ongezien. Niet te geloven. U, Boomlief, in al uw grootsheid, u vult mijn minuscule hol helemaal op met uw enorme aanwezigheid. Hoe is dat mogelijk? U, oude Eik, beschermster van alle wezens die in uw schaduw leven, u bent hier te gast. Wat een eer! Ik loop naar u toe, maar ik voel u niet. Het is alsof ik door u heen kan lopen. Dat ik u zomaar kan zien, terwijl ik geen poot buiten mijn hol heb gezet: het is onwaarschijnlijk. U bent er helemaal, groot en groen en eeuwenoud. Ik hoor de wind door uw bladeren ruisen. Ik kan zelfs horen hoe u moeiteloos uw 800 liter water per dag opslurpt.
Rondom u verschijnen ook alle andere bomen en planten die u mee in leven houdt. Allemaal hier in mijn nest! Daar zijn de veel jongere eiken, beuken en berken, die dankzij uw netwerk nog sterk en groen zijn. Ook bosklaver en mannetjesvaren staan hier kaarsrecht. Iedereen straalt van dankbaarheid. Zelfs de allerkleinsten, de baby-eikjes, esdoorns en beuken reiken hun twee minuscule blaadjes fier naar boven. Ze zijn kerngezond, klaar om de hoogte in te gaan.
Oh heilige Mossen en Maden, dit kan niet waar zijn! Hier arriveren nu ook de dieren. Zomaar. Een uur geleden zag ik jullie nog allemaal tijdens de welkomstceremonie. Zou het kunnen dat Renzo de bron van de beelden is? Beleven al mijn neven die mensenkinderen huisvesten dit ook? Bezitten mensen een bijzonder orgaan dat herinneringen oproept tijdens hun slaap? En heilige Maden, kijk! Daar ben ikzelf ook! Een perfecte kopie! Dit is buitengewoon!
Boomlief, ik weet dat u de diepe wens koestert om de planeet te redden. Ik weet dat u gelooft dat een groter bewustzijn bij de mensen daarvoor essentieel is. U wilde uw noodplan dan ook lanceren op een speciaal moment. Alle bewegende sterren, zei u, zouden vandaag samen zichtbaar zijn, wat betekent dat er een universele schoonmaak wordt gehouden. Alle negatieve energie van de voorbije zes maanden kan nu oplossen. Daarom activeerde u het noodplan vandaag. En het begon met zes jonge mensen naar het bos te brengen waar ze, door uw magie verkleind tot de maat van lieveheersbeestjes, een tijdje zullen verblijven.
U vertelde ons over het verontrustende vermogen van deze kleine mensjes om hun gedachten, al dan niet bewust, te projecteren in de lucht om zich heen. Ik was dus gewaarschuwd, maar erover horen is één ding, er oog in oog mee staan iets heel anders. Ik voel de behoefte om het hier nu allemaal door te seinen, terwijl de beelden als bliksemschichten voorbijvliegen. Ik weet dat het illusies zijn, maar ze lijken zo echt. De stroom beelden die op me afkomt, verdrijft de zachte schaduwen van mijn hol. De hele ceremonie die ik net bij u heb meegemaakt, wordt hier voor mijn ogen herhaald.
Ik zie hoe Kraai neerstrijkt op een tak net voor me. Daar is ook Hazelworm, die zich schuilhoudt onder de Varens. En Merel, Vink, Boomklever en Koolmees, die lustig rondfladderen. Jaloers ben ik op jullie, vogels. De jongen weet nu ook Ree in mijn hol tevoorschijn te toveren, met haar prachtige, donkere, ronde ogen waarmee ze nauwelijks vormen kan onderscheiden. Voorzichtig loopt ze heen en weer in mijn nest, alsof haar lichaam veel te groot voor haar is. Ze doet enkele fijne stappen en wacht dan een poos. Elke jonge netel, braam, varen en elke boomwortel onderzoekt ze om er zeker van te zijn dat ze niemand vertrappelt. Op andere plekken zou ze wel een blaadje lusten, maar niet hier, en zeker niet op dit moment.
Want zelfs al weet ik dat het niet echt is, toch voel ik opnieuw hoe Boomlief haar elektromagnetische veld verhoogt tussen haar kruin en wortelstelsel. Tot vandaag heeft elk van ons die haar verhoogde zone binnenkwam, zich altijd vanzelf aangesloten op haar frequentie en is het er altijd voor iedereen veilig geweest. Maar vanavond was anders.
Nu vliegt Reiger mijn hol binnen. Timide landt hij op een breed uitgelopen tak van Boomlief en vouwt zijn enorme vleugels tot een comfortabele jas. Ook dit beeld stroomt uit het hoofd van de jongen die nog altijd uitgestrekt op het varenbed ligt. Hoe fijn zou het niet zijn om de winter door te brengen in gezelschap van zo’n mensenwezen. Ik zou me die lange, donkere maanden vermaken met levensgrote beelden die vrij zijn van elk gevaar. Oh, en daar is ook Eekhoorn. Ze strekt zich uit op Boomliefs dikste zijtak, de meest koele plek die je maar kan vinden tijdens deze hete zomer. Kraai zit een tak hoger, zijn gitzwarte staart raakt de pels van Eekhoorn net niet. Alleen mijn broers en mijn drie jongere neven ontbreken. Maar natuurlijk, zij waren al vertrokken voor deze jongen, de laatste in de rij, arriveerde. Elk van hen had al een mens mee naar huis genomen. Hier in dit visioen dat de jongen in mijn nest projecteert, lijkt iedereen ongewoon kalm, hoewel ik me goed herinner in welke staat van paraatheid we allemaal verkeerden. Maar dat kan de jongen natuurlijk niet weten, hij heeft de Nijlgans niet zien overvliegen. Achteraf bekeken ging het toch om pure provocatie, niet? Nog voor het eerste mensenkind was toegekomen, bracht de gans met zijn luid gegak de hele omgeving op de hoogte van wat geheim had moeten blijven.
‘Ze arriveren. Zes in totaal! Zes! Kunnen jullie dat geloven? Malle Eik heeft het gedaan! Ze heeft zes verdomde ongenaakbaren naar het bos gebracht om hier alles voorgoed kapot te maken! Wij, de Strijders van Machtige Beuk, gaan in de aanval!’
Opnieuw voel ik de angst die ons allemaal verlamde. Er was een verrader in het spel. Maar u, Boomlief, u bleef onverstoord harmonieuze golven uitstralen over de hele breedte van uw kruin en wortels. U zinderde van liefde, ook voor de Nijlganzen. Wie zijn die Strijders van Machtige Beuk? Hoe komen we dat te weten? Niemand van ons heeft ooit van hen gehoord. Van Machtige Beuk wel natuurlijk, hij is de grootste van de beuken, eiken, esdoorns en lindes die langs de bospaden en wegen groeien. In deze hitte leven ze met hun laatste krachten. Maar dat ze een strijdersbende hebben gevormd die de oorlog aan Boomlief verklaart? Dat is toch totaal onverwacht.
De droombeelden van de gekrompen Renzo arriveren nu in stroomversnelling en vloeien zelfs in elkaar over. Ja, kijk hier! Koolmees slaat alarm. Er is een vijand in de buurt. Koolmees vliegt op, snel en lichtjes vallend in de lucht zoals alleen Koolmezen dat kunnen. Oh, ik voel weer dezelfde spanning! Mijn lijfje trilt en ik knars mijn scherpe tanden over elkaar. Ik herinner me hoe ik Boomlief hielp om haar beschermende veld te versterken. Elk van ons deed hetzelfde. Al onze levensenergie richtten we op u, Boomlief. We gaven ons volledig over aan onze opdracht, want met uw oeroude wortels en verregaande netwerken, bent u onze eeuwige bron. Aan u hebben we ons lustige leven te danken. U willen we dienen, in goede en kwade tijden.
Nooit zou ik geloofd hebben dat het verhoogde energieveld van Boomlief doorbroken kon worden, maar allemaal voelden we de lichte verstoring. Iets afschuwelijks kondigde zich aan. Kijk daar! Dreigend en boos komt Havik mijn nest ingevlogen, recht op me af. Ik sidder bij het zien van de bruine vogel met zijn gele klauwen en de messcherpe, staalharde nagels die al menig familielid vermoordden. Mijn hol vult zich met het paniekerige gekwetter, geblaat en gehuil van de hele aanwezige clan, netjes opgeslagen in het hoofd van de jongen. Havik komt zo dichtbij dat ik alleen nog de rimpelige huid van zijn kromme klauw zie. Precies op het moment dat ik denk dat ik verslonden zal worden, verdwijnen alle beelden. Ik schrik nog meer van de kreet waarmee de jongen wakker wordt.
‘Help! Help!’ schreeuwt hij. ‘Wat een ramp!’ Daarna draait hij zich om en valt opnieuw in slaap.
Zou Havik zich misschien bij de Strijders van Machtige Beuk hebben aangesloten? In elk geval is het duidelijk dat hij Renzo wilde meenemen. Die werd net op tijd weggeduwd door mijn oudste broer, Machtige Muis, de meest nobele van alle Bosmuizen. Het laatste wat ik me van mijn broer herinner, zijn de fijne pootjes, bengelend aan de klauwen van Havik, die een laatste saluut brengen. Hij heeft zijn leven gegeven voor de jongen die hij thuis wilde ontvangen. Boomlief, het verlies van een familielid is niet te vatten, maar ik heb woord gehouden. Nee, ik was er niet op voorbereid om een mensenwezen te ontvangen, maar het noodlot heeft anders beslist. Als helper sta ik ten dienste van u, Boomlief, en van het plan.