Een feeëriek blauw tapijt strekt zich uit onder de nog kale bomen van oude bossen. Soms lijkt het wel of de boshyacinten een blauw licht uitstralen, zo magisch is hun aanwezigheid. In niet-Coronatijden worden boshyacinten druk bezocht, zelfs bussen met Japanse toeristen trekken dan naar het Hallerbos. Maar nu bloeien ze in stilte, wat het sprookjesgehalte nog opvoert.
Op de meeste plekken in Europa zijn boshyacinten beschermd als indicatoren van oud bos. Ze groeien erg traag, tot een centimeter per jaar. Hun grote zaden vallen quasi ter plekke neer. Hommels en zweefvliegen zijn welgekomen bestuivers, maar boshyacinten produceren tot vijftien verschillende actieve stoffen die hen beschermen tegen andere insecten en dieren.
Hun Latijnse naam getuigt van eeuwen discussie onder botanisten. Van hyacinten verhuisden ze naar sterhyacinten om vervolgens te eindigen bij de hyacintachtigen, Hyacinthoides. Non-scripta was een uitvinding van Carl Linnaeus, die daarbij het onderscheid wilde maken met de hyacint uit de Griekse mythologie. Die had witte markeringen van de tranen die Apollo uitstortte over Hyacinthus, die hij met het discuswerpen dodelijk had getroffen. Boshyacinten dragen misschien geen markeringen, maar ze markeren wel de ziel van wie in hun talrijke gezelschap mag vertoeven.
Bluebell